het werk

afbeelding
Het Weihnachts-Oratorium van Bach is een van de meesterwerken uit de barokmuziek. Het bestaat uit zes verschillende cantates, die samen één geheel vormen. Wilt u weten waar de verschillende delen over gaan, en wat dirigent Jan Willem over de muziek kan vertellen? Verken de volgende pagina's.

De componist
1e deel
2e deel
3e deel
4e deel
5e deel
6e deel

Inleiding
Toen Johann Sebastian Bach (1685-1750) in 1734 het Weihnachts-Oratorium componeerde, was het ondenkbaar dat het werk op één avond in zijn geheel te beluisteren zou zijn. De zes cantates werden los van elkaar uitgevoerd op de feestdagen op en rond Kerstmis: de drie kerstdagen, nieuwjaarsdag, de zondag na Nieuwjaar en Driekoningen; het feest van Christus' verschijning. De uitvoeringen waren bovendien verdeeld over de twee hoofdkerken van Leipzig, de Nicolaikirche en de Thomaskirche. Toch vermeldt het titelblad van de gedrukte versie uit 1734: ‘ORATORIUM, Welches Die heilige Weyhnacht über In beyden Haupt-Kirchen zu Leipzi musiciret wurde.' Waarschijnlijk heeft Bach willen aangeven dat het om een verzameling stukken gaat waarvan de tekst een doorlopende handeling verhaalt (het kerstverhaal). Muzikaal vormen de cantates stuk voor stuk echter een afgerond geheel. De term ‘oratorium' zegt in dit geval dan ook meer over de gebruikte tekst dan over de muziek.

Hergebruik
In de tijd dat het Weihnachts-Oratorium onstond, hield Bach zich meer met wereldlijke dan met geestelijke muziek bezig. Toen in 1733 Augustus III van Saksen werd gekroond, probeerde Bach met zijn briljante wereldlijke feestcantates de functie van kapelmeester aan het hof van deze keurvorst te veroveren (wat hem overigens niet is gelukt). Wellicht had hij daardoor te weinig tijd om een geheel nieuwe cantate-cyclus te componeren voor de kerstdiensten in Leipzig. Het Weihnachts-Oratorium is grotendeels als zogenaamde parodie vervaardigd. In de muzikale betekenis van het woord betekent dit dat een oudere compositie van een nieuwe tekst wordt voorzien, maar dat de muziek nagenoeg ongewijzigd blijft. Van het totaal aantal delen gebruikte Bach maar liefst een derde - bijna alle openingskoren en aria's - uit bestaande, meestal wereldlijke, cantates. Dat hij zijn muziek nogmaals wilde gebruiken, is makkelijk te begrijpen: wereldlijke cantates waren gelegenheidswerken en het zou verspilling van energie en kwaliteit zijn als deze muziek nooit meer zou worden uitgevoerd. De belangrijkste muzikale bronnen voor het Weihnachts- Oratorium zijn de cantates Hercules am Scheidewege (BWV 213) en Tönet, ihr Pauken, erschallet trompeten! (BWV 214). Volledig nieuw zijn alle recitatieven, de meeste koralen en koraalbewerkingen, de sinfonia aan het begin van de tweede cantate en het openingskoor van de vijfde cantate.
De zes cantates volgen in grote lijnen het bijbelverhaal zoals die uit het Evangelies van Lucas, Johannes en Matthäus tijdens de zondagse kerkdiensten werden voorgelezen. De geboorte van Christus wordt in de eerste cantate bezongen. In de daaropvolgende cantate verkondigt de engel aan de herders het heuglijke feit, waarna de derde de aanbidding van de herders bij de kribbe verhaalt. De vierde handelt over de naamgeving en de laatste twee cantates gaan over de Drie Koningen bij Herodes en de aanbidding. Een deel van de tekst is afkomstig uit de bijbel. De andere ‘vrije teksten', bijvoorbeeld van de aria's, zijn waarschijnlijk van de hand van Picander (pseudoniem van Christian Frederick Henrici 1700-1764, red.), met wie Bach al eerder samenwerkte. Maar zeker is dit niet; de tekst van dit oratorium staat niet vermeld in de gedrukte edities van Picanders verzamelde poëzie.

- Sytske Slager

CONCERTEN

Zondag 15 Dec | 14:30
Chasse Theater, Breda
Maandag 16 Dec | 19:30
Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam
Vrijdag 20 Dec | 19:30
Grote Kerk, Naarden
Zondag 22 Dec | 19:30
Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam
Maandag 23 Dec | 20:15
Muziekgebouw, Eindhoven